Artikelen

HRCT scans

Op deze pagina vindt u een 3-tal patiënten cases. Verschillende longartsen leggen uit wat de bevindingen bij deze patiënten op de HRCT scan zijn.

HRCT scans

Op deze pagina vindt u een 3-tal patiënten cases. Verschillende longartsen leggen uit wat de bevindingen bij deze patiënten op de HRCT scan zijn.  

Welke combinatie van bevindingen zichtbaar zijn op CT-thoraxopnamen bij een patiënt met een NSIP-patroon, laat longarts Remy Mostard zien.

De combinatie van de bevindingen op deze CT-opnamen past het beste bij een NSIP-patroon. Er is sprake van afwijkingen die toenemen naar basaal en naar de periferie van de longen. Die afwijkingen bestaan met name uit matglasafwijkingen en tractie bronchiectasieën. Er zijn irregulaire lineaire opaciteiten (reticulaire afwijkingen) en er is sprake van subpleural sparing. Een NSIP-beeld kan alleen definitief vastgesteld worden met een longbiopt, maar als er sprake is van een geassocieerde aandoening, zoals sclerodermie, dan is een longbiopt in het algemeen niet geïndiceerd.

Aan welke criteria een scan van een patiënt met fibrose met UIP-patroon moet voldoen, laat longarts Marcel Veltkamp zien.

Bij de beoordeling van HRCT van een patiënt met een klinische verdenking op een longfibrose is het belangrijk te kijken naar het patroon van de afwijking (nodulair of reticulair), aanwijzingen voor tractie bronchiectasieën, de gradiënt in de afwijking, en of er sprake is van honeycombing. Bij deze patiënt zien we duidelijk een reticulatie, tractie bronchiectasieeën, een apicobasale gradiënt, en overduidelijk honeycombing. Op basis van deze scan is de diagnose: fibrose met een UIP-patroon. We hebben geen oorzaak voor de fibrose kunnen vinden, dus spreken dan van idiopatische pulmonale fibrose.

Welke combinatie van bevindingen zichtbaar zijn op de CT-thorax bij een patiënt met een chronische hypersensitivity pneumonitis, laat longarts Esther Nossent zien.

Deze scan laat een ernstig fibrotisch interstitieel longbeeld zien. In de mediastinumsetting is er sprake van lymfadenopathie en er zijn geen tekenen van mogelijke pulmonale hypertensie. Er is sprake van reticulatie welk perifeer en centraal is gelegen zonder gradiënt en teken van fibrose met tractiebronchiëctasieën. Daarnaast is er een mozaiekpatroon op basis van luchtwegziekte, airtrapping op de expiratieopnames. Deze bevindingen zijn heel typisch voor een chronische hypersensitivity pneumonitis (HP).


Categorieën

U verlaat Medclass om naar webshop te gaan